Boerderijmuseum Duurswold te Slochteren

In boerderijmuseum Duurswold is een goede indruk te krijgen van, met name, de werktuigen die in de streek gebruikt werden op akkerbouw- en veeteeltbedrijven.  Drijvende kracht achter dit alles is de familie ter Veer uit Slochteren. Het is zeer de moeite waard om eens een bezoekje te brengen bij:

Boerderijmuseum Duurswold
Hoofdweg 271
9621AK Slochteren

Telefoon: 0598 421573

Fax: 0598 421205

Website hier klikken

 

Arend ter Veer heeft ons onderstaande waardevolle informatie gestuurd over verschillende ploegen. Het betreft geschreven informatie en fotomateriaal.

Freerk-Bakker Freerk Bakker,… de grootvader van Arend ter Veer in vroeger tijden.ploegen met paarden

Een prachtig sfeerplaatje uit de tijd dat het ploegen met paarden nog gewoon werken was.

 

Ploegen en de historie.

 

De ontwikkeling van de ploegen en zijn makers.

 

De oudste ploegen in het museum zijn de karploegen waarvan de oudste nog met houten plank als rister,  bekleed met een stuk ijzeren plaat. Ze hadden ook nog geen kerende werking. deze ploeg dateert van ongeveer 1850.

Dan is er nog een karploeg met al een ijzeren rister en dateert van rond 1880. dit type ploegen werden gemaakt door de wagenmaker en de smid maakte het ijzerwerk er aan.

Het werd anders toen rond 1850 enkele boeren uit noord Groningen in Amerika geëmigreerde familie gingen bezoeken en zagen dat ze daar een heel andere ploeg hadden. Namelijk de arendploeg, genoemd naar de smid Eagle  die deze ploeg ontwikkelde. Zo heeft de landbouwer Borgman uit Kloosterburen rond 1860 een aantal van deze ploegen van de verbeterde versie van de arend ploeg geïmporteerd .

Deze ploeg vroeg maar 1/3 van de trekkracht van de karploeg en er was gemakkelijker mee te ploegen .

De smeden probeerden eind 19 e eeuw deze ploeg na te maken wat nog niet zo eenvoudig was. Vooral om  voor iedere ploeg  het zelfde rister te maken. Want niet iedere smid was  een ploegensmid.

Rond 1910 maakte men ook nog ploegen met houten boom en ijzeren rister, maar met platte ijzer zoals men gewoon was met de karploeg.  Voordeel van een platte ijzer is dat je er heel dun mee kon stoppel ploegen. Er waren ook smeden die al ploegen maakten van volledig ijzer.

Gezien hier in het Duurswold gebied er allerlei grondsoorten zijn, werden hier ook verschillende typen ploegen gemaakt. Dat wil zeggen dat voor de veenkoloniën apart de veenkoloniale ploeg is ontwikkeld .

In de veenkoloniën zijn de landbouwgronden ontstaan door afgraving van het hoogveen. Daarbij werd het bovenste laag (bolster) van het veen op de zandlaag die overbleef als het echte veen er afgeturfd was weer vermengd met zand uit de sloten en de kanalen.  Zo kwam de bouwvoor tot stand. Gezien dit in stroken (putten) gebeurde kon het voorkomen dat op één perceel meerdere dikten bouwvoor voorkwamen. Te diep ploegen mocht niet,want dan kwam er grijs of wit zand boven waar niets in wilde groeien.

Zo kan men bij een veenkoloniale ploeg de ploegdiepte vanachter de ploeg instellen door middel van een stang over de ploeg. Zo staan er in het museum 4 veenkoloniale ploegen de eerste nog met een houten boom en platte ijzer. Dan 2 éénschaar ploegen. De eerste is gemaakt door Dreesman te Wildervank. De 2e is gemaakt door Koert Mulder te Sappemeer die ook de volgende ploeg heeft gemaakt. Een 2schaar arendploeg met platte ijzers welke onder meer veel gebruikt werd voor aardappel poten in het voorjaar want hij nam 52 centimeter (ploegbreedte) wat toentertijd de rijafstand van de aardappels was. In de herfst werd deze ploeg ook gebruikt  om de roggestoppel dun te ploegen tussen de rijen rogge hokken door waar de  stoppel knollen in gezaaid werden (landje knollen).

De zandploegen werden bij het ploegen van een perceel op diepte ingesteld en meestal werd zij niet anders versteld dan bij het uitvoren van de beginvoor en bij de eindvoor.

Ook bij de zandploegen zien wij de ploegen van Koert Mulder weer terug. Te herkennen zijn deze ploegen aan het gespleten ijzer achter de rister en waar de strijkzool aan vast zit .

Er zijn honderden van deze ploegen gemaakt en het is ook vermelding waard dat deze ploegen  14 x bekroond zijn. En zelfs werden deze ploegen aan de houtvester van de  toenmalige Koningin in Apeldoorn  geleverd. De prijs van deze ploegen was volgens de prijscourant van 1930  45,- gulden .

Ook zijn ze geleverd aan het gesticht in Veenhuizen  in de jaren 1920 – 1935 en ook daarna .

Ook in Slochteren hadden wij een goede ploegensmid namelijk Nanno Steenhuis.  Deze maakte ploegen die meerdere keren bekroond zijn. De ploeg van rond 1920 is te herkennen aan het profiel van de ploegboom deze is gemaakt van railprofiel.  Het type 1945 en later heeft een boom van staaf ijzer.(een  ploeg koste in 1932  ook bij Steenhuis  45 gulden )

Er is ook nog een lichte zandploeg gemaakt voor de zandgronden zoals in Kolham en ook voor kleinere boeren met één paard. Dit type ploeg  is ondermeer verkocht door de n.v. Werktuigenbureau met meerdere  vestigingen in heel Nederland .

Dan komen wij bij de zware klei ploegen. Deze zijn te herkennen omdat ze veel zwaarder zijn uitgevoerd met name de ploegboom en het rister. Het rister is ook nog anders van model dan vorige ploegen. Verder is de  korrel (wieltje)  voor in de ploeg vervangen  door een sleepvoet en de zijkorrel zit er ook niet aan deze ploegen want die lopen vol en vast  als de klei nat is. Ook is  de schijf is vervangen door een z.g. ploegmes.

Een paar bekende smeden die goede klei ploegen maakten zijn ondermeer smid Nijborg in Overschild en

W v Koldam in Woltersum. De prijs van deze ploegen was in 1880 ongeveer 35 gulden .

Ook in Noordbroek was een goede ploeg smid die een goede ploeg kon maken voor de zware klei daar.

Er is  zijn twee fabrieksploegen  in het museum. De één is van gebrüder Eberhardt uit Ulm aan de Donau. Dit is ook een zeer zwaar uitgevoerde ploeg welke naast het linker handvat nog een beugel heeft  waar het op kan glijden als de ploeg over de kopakker getrokken word, van de ene voor naar de andere voor.

De tweede fabrieksploeg  is  van het merk Melotte. Deze heeft geen sleepvoet voorin, maar twee wielen net als bij een karploeg. Het wiel dat in de voor loopt is groter dan die boven over het ongeploegde loopt, zodat onder het ploegen het voorstel vlak loopt .

Deze ploegen van het type S C werden in 1924 verkocht door Boeke en Huidekoper Groningen.          Dan komen wij bij de meerscharige wielploegen. Zo zijn er twee van het merk Ventzki. De één is van ongeveer 1915 en de ander van 1950. Deze ploegen werden vanaf 1882 eerst in Polen gemaakt en vanaf 1907 in een fabriek in Eislingen (Baden – Württemberg)  .

Dan zijn er nog 4 wielploegen van het fabrikaat Rudolf  Sack of te wel Rud Sacks deze boerenzoon begon met  hulp van de dorpssmid in 1850 een ploeg helemaal van ijzer te ontwikkelen  en in 1854 maakte hij de ploegen op bestelling. Zo maakte hij voor een graaf in Kiev eerst 120  en later nog eens 80 ploegen.

Deze ploegen werden bij Garetts en zoon in Leiston 140 km ten noordoosten van Londen gemaakt .

Deze fabriek stond aan de Theems en zo konden ze gemakkelijk per schip naar Kiev getransporteerd worden.

In 1863 begon hij zelf met een fabriek  van ploegen en zaaimachines in Plagwits  bij Leipzig  wat uitgroeide tot de grootste fabrikant in landbouwmachines eind 19e eeuw met in 1890 een eigen staalgieterij met een Siemens oven en een gasgenerator.

Wel nu terug naar de ploegen in het museum. De kleinste is waarschijnlijk ook de oudste deze heeft kleine risters die in een punt uitlopen, vandaar dat zer hier in de omgeving ook wel puntkrop genoemd werden.  En  daarnaast heeft deze ploeg 2 staarten (hand vaten) gelijk als de arendploeg  wat wel heel bijzonder is   De datering is ongeveer 1900 .

Dan de 2 e ploeg. Deze is zwaarder en groter maar heeft hetzelfde model rister. Datering ongeveer1920 .

De derde ploeg. Ook een tweeschaar, maar wel met andere type rister. Een EJ, oftewel hier in de streek de Sacks  J krop genoemd.  Deze ploeg is in ploegbreedte verstelbaar door middel van een stang  boven op de ploeg.

Daarnaast  worden de wielen bij het in het werk stellen van de ploeg gelijkmatig naar voor en naar

achteren gezet door middel van een tandheugel waardoor het frame in de ploegstand zakt. Datering van deze ploeg is  1930 .

Dan de 4e Rud Sack. Deze is het zelfde uitvoering als de vorige alleen in 3 schaar uitvoering. Datering: 1948.

Dan zijn er nog 2 losse risters. De één is een nabouw rister van de Sacks puntkrop, gemaakt door Fa Steenhuis Slochteren in de jaren 1950 – 60.  Het gietstuk werd gegoten bij de ijzer gieterij van Borchers  te Sappemeer en de rest  zoals rister en strijkzool werden in de smederij  gemaakt.

Van deze risters maakte men vervolgens trekker sleepploegen  3 en 4 schaar ladderploegen .

Dan de origineel rister  van het type EJ24, daar maakten ze bij smederij Steenhuis in Hellum  in 1950 – 1960 de trekkerploegen van. Ook 3 en 4schaar  sleepploegen .

38 1 losse rister Rud Sack AA0068

1 losse rister Rud Sack

37 1 losse rister FSS AA0071

1 losse rister FSS

36  cultivator  AA0187

36 cultivator

35 cultivator Rud Sack  AA0064

35 cultivator Rud Sack

34 3 sch. Rud Sack ploeg AA0067

34 3 sch. Rud Sack ploeg

33 2sch Rud SackAA0069

33 2sch Rud Sack

32 klei ploeg  Melotte AA0450

32 klei ploeg Melotte

31 2 sch. klei ploegVentski  AA066 31 2 sch. klei ploegVentski30 2sch. klei ploeg  Ventski AA0284 30 2sch. klei ploeg Ventski 29 2 sch Rud Sack AA0070 29 2 sch Rud Sack 28 2 sch Rud sack AA449 28 2 sch Rud sack27 woelpoot AA0089 27 woelpoot26 klei ploeg AA 0087 26 klei ploeg25 klei ploeg AA0446 25 klei ploeg24 kleiploeg   AA0088 24 kleiploeg23 klei ploeg AA0448 23 klei ploeg22 klei ploeg.  AA0 85 22 klei ploeg21 klei ploeg  AA0086 21 klei ploeg20 Klei ploeg Eberhardt  AA0084 20 Klei ploeg Eberhardt 19 lichte zandploeg AA0078 19 lichte zandploeg18 klei balansploeg AA0447 18 klei balansploeg17 zandploeg  Steenhuis AA0081 17 zandploeg Steenhuis16 zandploeg  Steenhuis AA0444 16 zandploeg Steenhuis15 zand ploeg. Steenhuis AA0082 15 zand ploeg. Steenhuis 14 zandploeg  KM AA0445 14 zandploeg KM 13 zandploeg  KM AAo443 13 zandploeg KM12 zand ploeg  KM AA0080 12 zand ploeg KM11 veenkoloniaal 2 sch AA0083 11 veenkoloniaal 2 sch10 veenkoloniaal AA79 10 veenkoloniaal 9 Veenkoloniaal  AA0075 l 8 Veenkoloniaal 8 Veenkoloniaal AA0074 7 zandploeg (hout.boom)6 zandploeg (hout boom) AA469 6 zandploeg (hout boom)5 ploeg met houten boom  USA 5 ploeg met houten boom USA 4 karploeg AA 0098 4 karploeg AA3 Karploeg AA 0097 3 Karploeg AA2 hand ploeg AA0077 2 hand ploeg AA1 hand ploeg AA0076 1 hand ploeg AA7 zandploeg (hout.boom) AA0395

Het wintervoor ploegen  met paarden en een rondgaande  paarde ploeg .

Het ploegen van een stuk land met een rondgaande 1 schaar  paardeploeg wintervoor ploegen.

Bij het stuk land gekomen beoordeeld men in hoeveel akkers  het perceel  geploegd moet worden.

b.v. bij een perceel van 60 meter kies men meestal voor 3 akkers van 20 meter om te voorkomen dat men te grote afstand over de wendakker (kopakkers) moet.

Men kan dan kiezen tussen 1 midden beginvoor of 2 beginvoren ieders 10 meter uit de slootkant.

Bij 1 beginvoor krijgt men 2 eindvoren en bij 2 beginvoren 1eindvoor in het midden want dan worden de laatste voren bij de sloot afgeploegd .

Bij de beginvoor in het midden van het perceel meet men eerst het midden uit om zo recht mogelijk over het perceel te komen gebruikte men  meestal een vork als richtlijnen dan in het verlengde een vast punt opzoeken b.v. een boom of een afrastering paal .

Om een  dubbele beginvoor te maken moest er de uit geploegde met de greepverspreid worden om te voorkomen dat er bij het aanploegen ee4n hoge rug zou ontstaan .

Dit kon ook anders n.l.bij de 2e keer door de beginvoor wat harderlopen met de paarden ( nog net niet in een drafje) de ploeg wat achter over en dan spoot de grond ook wel een meter weg.

Bij het aanvoren moest je na 2 rondgangen op ploegdiepte zijn zonder een hoge rug,zo ploegde je 20 meter naar elkaar toe (te hoop)en dan de 2 akkers bij de sloot en de laan aanvoren en ploegen .

Om de voren recht te houden moest je wel eens smaller of breder ploegen nu is het zo dat als je de ploeg achterover houdt (rugover)hij smaller gaat  ploegen en als je de ploeg voorover houdt (meer op mes)dan gaat hij breder ploegen .

Op de kopakker gaat de  zandploeg achterover en komt de ploeg op zijn zijwieltje en strijkzool te lopen,en bij de klei ploeg ook op de strijkzool en indien aanwezig op de strijker naast het linker handvat.

Als het nat was hield men ook vaak  het rechterhandvat vast als steun voor de ploeger.

Om de voor aan te snijden gebruikte men op de lichte gronden een schijf al dan niet in combinatie met een voorploeg om de stoppel resten onder in de voor te werken.

Op de kleigronden gebruikten ze in plaats van de schijf een ploegmes.

Stoppel bewerking met de ploeg  : na de oogst werden de stoppels zo dun mogelijk geploegd meestal met een meerscharige ploeg ,als de stoppels  na een week of 3 weer groen werden ging men met de cultivator de grond losmaken daarna werd er geegd met een 5 balks veerstalen eg en als er nog teveel onkruit groeide werd er nog een keer geploegd iets dieper dan de eerste keer.

Goede stoppel bewerking was onkruid bestrijden..